In het publieke en politieke debat worden twee totaal verschillende groepen kinderen regelmatig op één hoop gegooid: thuisonderwij(zer)s en thuiszitters. Dit zorgt voor misverstanden bij beleidsmakers, onderwijsinspecteurs en scholen. Waar thuisonderwijs een bewuste, pedagogische keuze van ouders is, zijn thuiszitters het directe gevolg van een onderwijssysteem dat voor bepaalde kinderen vastloopt. Wat is de relatie tussen deze twee groepen, en wat betekent dit voor het onderwijsbeleid?

Om een goed gesprek te voeren over onderwijsrecht en de zorgplicht, is het essentieel om een duidelijk onderscheid te maken tussen twee fundamenteel verschillende situaties:

  • Wat is het? Ouders kiezen er vanuit hun eigen visie op opvoeden en leren bewust voor om het onderwijs zelf vorm te geven (vaak op grond van Artikel 5b of 5c van de Leerplichtwet).
  • Kenmerken: Er is een doordacht leerplan, de ouders nemen de volledige verantwoordelijkheid, en het kind leert in een veilige, gestructureerde thuis- of netwerkomgeving. Het kind zit niet ’thuis zonder onderwijs’, maar krijgt onderwijs thuis.
  • Wat is het? Kinderen die ingeschreven staan op een school, maar door een gebrek aan passend aanbod, overprikkeling, een burn-out, angstklachten of onbegrip (bijv. bij neurodivergentie of hoogbegaafdheid) thuis komen te zitten.
  • Kenmerken: Dit is geen vrije keuze van ouders of kind, maar het resultaat van handelingsverlegenheid in het (speciaal) onderwijs. Het kind loopt vast in het systeem, wat vaak leidt tot trauma, druk op het gezin en langdurige uitval.

Hoewel de uitgangspunten verschillen, snijden deze twee werelden elkaar in de praktijk steeds vaker.

Veel ouders van thuiszitters maken, na een uitputtende strijd in het Passend Onderwijs, noodgedwongen de overstap naar thuisonderwijs. Wanneer een school niet kan bieden wat een kind nodig heeft en het kind thuis met een schooltrauma komt te zitten, blijkt formeel thuisonderwijs vaak de enige manier om het kind weer tot rust én tot leren te krijgen.

  1. Verkeerde kwalificatie: Leerplichtambtenaren en inspecteurs behandelen thuisonderwijs-kinderen soms als ‘verkapte thuiszitters’, waardoor gezinnen onder grote druk komen te staan.
  2. Definitie-trucs: Door kinderen het stempel ’thuisonderwijs’ te geven, verdwijnen sommige langdurige thuiszitters uit de officiële uitvalstatistieken van gemeenten en samenwerkingsverbanden.
  3. Gebrek aan financiering: Ouders die door systeemuitval de taak van de school overnemen, krijgen hier geen enkele financiële of materiële ondersteuning voor, terwijl de zorgplicht formeel bij de overheid ligt.

De Leerplichtwet 1969 verplicht ouders ervoor te zorgen dat hun kind staat ingeschreven op een school en deze school ook bezoekt. Tegelijkertijd kent de wet een beperkt aantal uitzonderingen op deze verplichting. Een daarvan is de vrijstellingsgrond van artikel 5, onder b, die ouders de mogelijkheid biedt om vrijstelling van de inschrijvingsplicht te verkrijgen wanneer zij overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs van alle binnen redelijke afstand gelegen scholen.

Voor ouders van kinderen die zijn vastgelopen in het onderwijs biedt deze bepaling in de praktijk echter zelden een passende oplossing. Artikel 5, onder b, is oorspronkelijk bedoeld om de vrijheid van richting te waarborgen en niet om situaties op te vangen waarin een kind geen passend onderwijs kan krijgen als gevolg van systeemproblemen, handelingsverlegenheid of een gebrek aan passende ondersteuning. Daardoor sluit de wettelijke systematiek onvoldoende aan bij de werkelijkheid van veel onderwijsuitvallers.

Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen verschillende wettelijke en grondrechtelijke verplichtingen. Enerzijds geldt de leerplicht, die uitgaat van schoolbezoek als norm. Anderzijds rust op scholen en samenwerkingsverbanden op grond van de Wet passend onderwijs een zorgplicht om voor iedere leerling een passende onderwijsplek te realiseren. Wanneer deze zorgplicht in de praktijk niet wordt nagekomen en een kind langdurig thuis komt te zitten, kunnen ouders in een juridische en maatschappelijke impasse terechtkomen: zij worden geacht aan de leerplicht te voldoen, terwijl het onderwijssysteem er niet in slaagt passend onderwijs te bieden.

Dit spanningsveld raakt bovendien aan fundamentele rechten die zijn verankerd in nationale en internationale regelgeving. Daarbij gaat het onder meer om het recht op onderwijs, het belang van het kind, het recht op ontwikkeling, de vrijheid van ouders om richting te geven aan de opvoeding en het onderwijs van hun kinderen, en, in situaties waarin schoolbezoek aantoonbaar leidt tot ernstige schade, het recht op bescherming van de lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Voor ouders van onderwijsuitvallers betekent dit dat zij vaak moeten kiezen tussen twee onwenselijke situaties: hun kind terugsturen naar een onderwijsomgeving die aantoonbaar niet passend is, of het kind thuishouden met het risico op handhaving van de Leerplichtwet. Daarmee wordt zichtbaar dat de huidige wetgeving onvoldoende rekening houdt met kinderen die tussen de leerplicht en de zorgplicht in vallen.

De kern van het probleem is daarom niet dat ouders het onderwijs willen ontwijken, maar dat het bestaande wettelijke kader nauwelijks voorziet in een oplossing wanneer het onderwijssysteem zijn eigen zorgplicht niet of niet tijdig kan waarmaken. Juist in deze gevallen is een zorgvuldige afweging nodig tussen de leerplicht, de zorgplicht van het onderwijs en de grondrechten van het kind en zijn ouders.

Binnen het complexe speelveld van leerplicht, zorgplicht, thuisonderwijs en onderwijsuitval vervult de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) een belangrijke rol als belangenbehartiger en kenniscentrum. De vereniging zet zich in voor de belangen van gezinnen die bewust kiezen voor thuisonderwijs en ondersteunt ouders bij vragen over de juridische, pedagogische en praktische aspecten van onderwijs buiten het reguliere schoolsysteem.

Daarnaast vraagt de NVvTO aandacht voor de positie van kinderen die langdurig thuiszitten als gevolg van het ontbreken van passend onderwijs. Hoewel thuisonderwijs en thuiszitten wezenlijk van elkaar verschillen, ziet de vereniging dat beide groepen ouders in de praktijk regelmatig te maken krijgen met vergelijkbare vragen over wet- en regelgeving, leerplicht, zorgplicht en de rechten van het kind.

Verheldering van het maatschappelijke en politieke debat
De NVvTO maakt zich sterk voor een helder onderscheid tussen thuisonderwijs als bewuste onderwijskeuze en thuiszitten als gevolg van systeemuitval. Door hierover in gesprek te gaan met het Ministerie van OCW, de Onderwijsinspectie, beleidsmakers en andere betrokken organisaties wil de vereniging bijdragen aan een zorgvuldige en feitelijke discussie.

Belangenbehartiging en juridische informatie
De vereniging informeert ouders over de geldende wet- en regelgeving rondom thuisonderwijs, vrijstellingen van de Leerplichtwet, bezwaar- en beroepsprocedures en de communicatie met gemeenten, leerplichtambtenaren en onderwijsinstanties. Hoewel de NVvTO geen vervanging is voor individuele rechtsbijstand, biedt zij praktische informatie en verwijst zij waar nodig door naar gespecialiseerde ondersteuning.

Lees meer over de verschillende vrijstellingen op onze pagina Handvatten en Wegwijzers in het document: Compleet Stappenplan voor Onders, Als Onderwijs anders verloopt

Kennisdeling en ondersteuning
Via publicaties, bijeenkomsten en voorlichtingsmateriaal verzamelt en deelt de NVvTO kennis over thuisonderwijs, pedagogiek en de juridische context. Daarmee ondersteunt zij ouders, professionals en beleidsmakers bij het begrijpen van de mogelijkheden en grenzen van het huidige wettelijke kader.

Netwerk en gemeenschap
De vereniging brengt thuisonderwijsgezinnen met elkaar in contact. Hierdoor kunnen ouders ervaringen uitwisselen, onderwijsactiviteiten organiseren, kennis delen en sociale contacten voor hun kinderen bevorderen.

Bent u ouder, onderwijsprofessional, leerplichtambtenaar, beleidsmaker of anderszins betrokken bij vraagstukken rondom thuisonderwijs of vrijstelling van de leerplicht? Dan biedt de NVvTO actuele informatie over de wettelijke kaders, de praktijk van thuisonderwijs en de rechten en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen.

Meer informatie, juridische achtergrond, praktische handleidingen en actuele ontwikkelingen zijn te vinden op de website van de NVvTO: www.nvvto.nl.

De groei van het aantal gezinnen dat kiest voor thuisonderwijs, gecombineerd met het aanhoudende aantal thuiszitters, roept belangrijke vragen op over de inrichting van het Nederlandse onderwijssysteem. Hoewel thuisonderwijs en thuiszitten fundamenteel verschillende fenomenen zijn, laten beide ontwikkelingen zien dat niet ieder kind binnen de huidige onderwijsstructuur optimaal tot zijn recht komt. Voor onderwijsbestuurders, beleidsmakers en professionals biedt dit aanleiding om kritisch te kijken naar de mate waarin het onderwijsstelsel voldoende ruimte biedt voor diversiteit in onderwijsbehoeften en ontwikkelpaden.

De discussie over thuisonderwijs en thuiszitten hoeft geen tegenstelling te zijn tussen verschillende onderwijsvormen. Beide onderwerpen nodigen uit tot een bredere reflectie op de vraag hoe het onderwijs beter kan aansluiten bij de uiteenlopende behoeften van kinderen en jongeren. Door ruimte te creëren voor maatwerk, samenwerking en innovatie kan worden gewerkt aan een onderwijsstelsel waarin minder kinderen uitvallen en meer kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Deze versie verschuift de focus van een tegenstelling (“regulier onderwijs versus thuisonderwijs”) naar een gezamenlijke zoektocht naar passend onderwijs, wat beter aansluit bij een beleids- en onderwijskundige context.