Het verhaal van S – PO – 22 maart 2021
Mijn beide zonen zijn sociaal, leergierig en actief. Op de peuterspeelzaal, scoorde mijn jongste zoon S met 3 jaar helemaal aan het eind van alle ontwikkelschaaltjes, maar daar hoefden we het niet over te hebben volgens de leidsters, want het ging allemaal super goed. Eind groep 1 maakte S met vrienden uit groep 2, de groep 2 rekentoets: A-score. Ik heb aan school gevraagd of hij naar groep 3 mocht, net als zijn grote broer (gezien door de basisschool van voor de verhuizing en na minder dan 2 jaar kleuteren in groep 3 geplaatst). Maar dat mocht niet, ze zouden S wel uitdagen. In groep 2 kreeg hij een uur in de week denksleutels en verder het gewone programma. Aan het eind van groep 2 had S zichzelf leren lezen, schrijven en rekenen op eind groep 3 niveau. Ik heb weer een gesprek met school aangevraagd.
Na vijf weken in groep 3 wilde S niet meer naar school en speelde thuis niet meer. Een half jaar hebben we op de rand van thuiszitten gebalanceerd. Uit doortoetsen door school kwam niks; na IQ-test bovengemiddeld resultaat en aanbevelingen om de stof te compacten en te verrijken. In plaats van het terugzetten in niveau wat school wilde doen, is S in overleg met de tester een jaar vooruit geplaatst. Zonder adequate aanpak of begeleiding door school bleek later. Toch ging het een jaar een stuk beter en weer dacht ik, net als in groep 3, nu gaat school het zien. Maar nee. Door de versnelling werden de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport niet nageleefd (bleek later) en ging het langzaam weer de verkeerde kant uit. School zag wel iets bij S en in groep 6 werd steunpunt hoogbegaafdheid (onderdeel van het samenwerkingsverband) benaderd en school verklaarde zich handelingsverlegen. Het steunpunt concludeerde een fixed mindset bij S en wezen de zaak verder af, want er was geen IQ-test die hoogbegaafdheid aantoonde. School, ouders en kind voelden zich niet serieus genomen en school bleef handelingsverlegen ten aanzien van S.
Begin groep 7 zelfde situatie als in groep 3. Weer een test, tijdens (extreem) onderpresteren en op rand van uitvallen, bij een GZ-psycholoog die verstand van hoogbegaafdheid zou hebben. Maar blijkbaar geen verstand van onderpresteren en schooltrauma, achteraf gezien. Gemiddeld kind dat overvraagd is op school, werd geconcludeerd, maar een gemiddeld begaafd kind word niet overvraagd door het gewone aanbod, dus dat klopt niet en is het omgekeerde van wat ik tijdens de intake had aangegeven. Op hetzelfde moment constateerde de middelbare school van mijn oudste zoon dat die (vermoedelijk) hoogbegaafd is en plaatste de grote broer van S in een traject op maat. Voorlichting voor ouders volgde, ik herkende ook S in het verhaal.
Halverwege groep 7 heb ik S ziek gemeld: depressie/bore-out, ziek van en door school: het niet gezien worden door leerkrachten (“voorbeeldige gemiddeld presterende leerling” volgens school), geen passend onderwijs (S: “ik leer niks op school”), geen aansluiting met klasgenootjes (“S is ‘anders’.”). S is nu een niet geregistreerde thuiszitter.
School zag dat het beter ging met S nu hij thuis was. School, onderwijsconsulent en ouders hebben een ontwikkelingsperspectiefplan opgesteld waarin we uitgaan van hoogbegaafdheid bij S en afspraken gemaakt over gedeeltelijke schoolgang. Halverwege groep 8 weer opnieuw vooral veel thuis, want S heeft een schooltrauma en school kan in de verste verte niet bieden wat S nodig heeft om zich wel te kunnen ontwikkelen. School heeft nu zelf volledig thuisonderwijs door de moeder voorgesteld. Wat thuisonderwijs bij ons o.a. inhoudt: onderpresteren oplossen, hiaten dichten, compacten, verrijken en verbreden van de stof, top-down instructie, psycho-educatie over hoogbegaafdheid en peer-contact organiseren.
Waar ik vooral tegenaan loop is dat er geen goede kennis over ontwikkelingsvoorsprong, (u)hb en onderpresteren is: niet bij de peuterspeelzaal, niet bij de jeugdartsen, niet bij de gemeente, niet bij leerkrachten en orthopedagogen, niet bij de interne begeleiders, niet bij psychologen die IQ-testen
afnemen, niet bij het steunpunt hoogbegaafdheid (focus lijkt op gedragsproblemen, diagnoses en meerbegaafdheid te liggen), niet bij onderwijsconsulenten en dus niet bij het samenwerkingsverband. Er is geen kennis over (het belang van) vroeg-signalering, geen kennis over onderpresteren oplossen, geen kennis over passende uitdaging en peers, geen kennis over andere manieren van leren en andere manieren van instructie (top-down) en zelfs geen kennis of besef dat een rapport met aanbevelingen nageleefd zou moeten worden (meerdere scholen en instanties). Als ouder mag je bij gesprekken zijn, maar het is niet de bedoeling dat je mee praat en jouw kant van het verhaal laat horen en je eigen ervaringen van thuis naar voren brengt. Als vaak hoogstopgeleide in de gesprekken en goed ingelezen ouder van een kind dat niet gezien en begrepen wordt én als ervaringsdeskundige (30 jaar geleden zelf ook niet gezien in het onderwijs, besef ik me achteraf) word je afgeserveerd want zij zijn de professionals. Mijn kind zit vast in een schoolsysteem dat voor hem niet werkt. Alle begeleiding loopt tot nu toe stuk op het onderpresteren en inmiddels op een niet begrepen schooltrauma.
Ik ben mezelf gaan inlezen en ben cursussen aan het volgen om mijn kind te kunnen helpen. Sinds ruim een jaar heb ik aan de uitvoering van passend thuisonderwijs thuis en mijn eigen scholing op alle benodigde vlakken om mijn kind te kunnen helpen, een tijdsbelasting gelijk aan een fulltime baan. De kosten hiervoor moeten we als ouders zelf dragen.
Het was niet eenvoudig, maar S staat inmiddels ingeschreven bij een middelbare begaafdheidsprofielschool, hopelijk zal het daar beter gaan.
Vervolg van het Verhaal van S – VO – 31-8-2026
Na een zoektocht tijdens de basisschoolperiode lijken we nu toch gevonden te hebben wat er aan de hand is: S is hoogbegaafd (herkenning door ouders, basisschool is hier steeds meer van overtuigd geraakt, IEP-toets goed gemaakt ondanks schooltrauma: (HAVO/VWO-advies) na ruim 1,5 jaar volledig thuiszitten waar voorheen het advies maximaal VMBO-tl was). Uit de IQ-test en breed psychologisch onderzoek in groep 8 kwam het helaas niet, het grote verschil met de eerdere test blijft onverklaard. Maar dit levert wel een probleem op. Iedereen denkt inmiddels HB, maar er is geen ‘magisch IQ-getal’, dus alle HB-voorzieningen blijven buiten bereik, want kind voldoet niet aan de voorwaarden. Voor de overstap naar het VO is de begaafdheidsprofielschool (bps) onze enige echte optie, die stellen geen strikte eisen en hebben wel kennis en faciliteiten in huis en bieden extra verdieping op zijn interessegebieden (en oudere broer zit daar ook). We gaan zeer ruim voor de overstap het gesprek aan. Er zijn twee personen betrokken vanuit deze school: één spreekt met ons (kind & ouders) en de andere met de basisschool. In het begin zijn ze sceptisch, maar basisschool bevestigd ons verhaal en ze nemen S aan. Er worden afspraken gemaakt: vanaf het begin mag S gebruikmaken van de TOM (traject op maat) faciliteiten, er zal vanaf week één een HB-coach van de school zijn die wekelijks checkt hoe het met S gaat, S mag volledige schooldagen starten en grenzen aangeven. S gaat helemaal alleen naar deze school met 11 jaar (geen bekende klasgenootjes), maar hij is zeer gemotiveerd, gewoon hele dagen naar school gaan is zijn eigen wens en keuze.
S begon vol goede moed. Bij het eerste huiswerk bleek meteen de teleurstelling: véél te gemakkelijk, gewoon flauw, onzinnig, net als op de basisschool. Zijn mentor en andere docenten bleken niet van zijn voorgeschiedenis en TOM-afspraken te weten en reageerden negatief als hij aangaf daarvan gebruik te willen maken. De HB-coach meteen in de eerste week was er niet. Na navragen kwam er een nieuwe HB-coach in schoolweek 3, die noemde hem ‘boefje’, prikte met een pen in zijn zij en zei dat hij gewoon alle lessen moest volgen (niks traject op maat faciliteiten), de HB-coach waarmee hij vorig jaar kennis had gemaakt mocht hem niet begeleiden, alle eerder gemaakte afspraken gelden niet meer (beide contactpersonen waren verdwenen, één werkte inmiddels elders, de ander was langdurig afwezig en ook andere betrokkenen in het voortraject waren niet meer betrokken).
S was er kapot van en af en toe moest hij een dagje bijkomen thuis. Na de eerste proefwerkweek, waarin hij bewezen had het niveau gemakkelijk aan te kunnen ondanks alle problemen, was het gedaan. Het lukte hem niet meer naar school te gaan. Het hield het midden tussen een depressie en een burn-/bore-out. Het was nog heftiger dan de vorige twee keer dat hij vastliep op school.
Er moest opnieuw onderzocht worden of er wel echt sprake van HB is, maar met een ‘mislukte’ anderhalve IQ-test minder dan twee jaar geleden én in een depressie/bore-out, is dat onmogelijk. Moeder bedacht een oplossing: een second opinion. Input voor de second opinion: alle tot dan toe gedane onderzoeken, observaties, IQ-testuitslagen, verslagen van school en bovenschoolse voorziening, ontwikkelgrafieken etc. Conclusie: HB en mogelijk schooltrauma. Aanbeveling: laat S overgaan naar klas 2, geef minimale eindtermen waaraan voldaan moet worden om dit te realiseren. Het bleef stil vanuit school. Weer werden de aanbevelingen genegeerd (3e keer). S werd opnieuw in klas 1 geplaatst, dus natuurlijk kon hij niet naar school gaan. Aanbeveling was mondeling toegelicht door de onderzoeker, er was alleen een samenvatting in de notulen van het groot overleg, schoolarts, samenwerkingsverband en leerplicht waren betrokken, maar schoolarts haakte af en vanuit school wisselden de betrokkenen vaak.
Er was dus opnieuw behoefte aan onderzoek, want geen ‘magisch’ IQ-getal en geen onderzoeksrapport. Nogmaals door een orthopedagoog met expertise op het gebied van schooltrauma en HB, een tweede second opinion laten doen: tweeledig schooltrauma en hoogbegaafdheid, deze deskundige was ook te ver weg voor begeleiding. Uiteindelijk vonden we (ouders) een partij in een naburige gemeente met de juiste expertise, waar vrijwel niemand van gehoord had. Het verhaal was dus consistent, drie deskundigen die het eens zijn (en het vermoeden van de basisschool ondersteunen) en nu staat het ook op papier. Maar nog steeds wisselen de betrokkenen en de aanbevelingen van de laatste twee deskundigen worden ook keer op keer genegeerd. Het enige goede is dat S ziek gemeld staat en dat niemand daar moeilijk over doet. Gemiddeld twee keer per jaar is er een groot overleg op school: met moeder (en soms ook vader) en toen S wat opknapte ook met S zelf, pedagoog, samenwerkingsverband, leerplichtambtenaar en twee personen vanuit school.
Het is (te) weinig en basisvoorzieningen voor alle leerlingen blijken telkens uit te staan voor S (Office-account, digitale leermiddelen, Magister, schoole-mail – voor grote broer staan ze altijd allemaal aan). Klas 1 wordt het jaar daarop (derde schooljaar inmiddels) een “proefplaatsing in klas 1”, een klas die alleen administratief bestaat: geen mentor, een lege Teams-omgeving, geen onderling contact tussen leerlingen, geen lessen, ondersteuning of contact.
S knapt thuis en door de begeleiding langzaam op. Na een paar jaar geeft S (ondersteund door pedegoog en ouders) aan thuis weer wat aan schoolwerk te willen gaan doen. Maar zijn Magister is afgesloten, dus S kan niet bij de digitale leermiddelen. School zegt dat het niet open gezet kan worden. Niemand in het groot overleg lijkt te weten dat er wel degelijk mogelijkheden zijn, dat het zelfs standaard aan staat voor alle leerlingen. School zet druk om een niet passende voorziening te onderzoeken. Alles wat in zo’n situatie juist niet helpend is wordt gedaan, alles wat aanbevolen wordt, wordt nagelaten. De sfeer in het overleg slaat helemaal om. S (inmiddels 14 jaar) is aangedaan: wederom heeft hij grote stappen gemaakt, geeft goed aan wat hij nodig heeft en wéér wordt er genadeloos over hem heen gewalst. Hij wordt opnieuw in zijn schooltrauma getriggerd. Hij gaat nooit meer, ook niet meer naar een overleg. Verzoeken van ouders om een nieuw groot overleg worden genegeerd door school. Notulen worden niet gedeeld. Ook de andere partijen blijven stil.
Alles wat we de afgelopen twee jaar hebben opgebouwd is in een gesprek weer teniet gedaan door school en de zwijgende partijen samenwerkingsverband en leerplicht. In het gezin worden we dagelijks met de gevolgen geconfronteerd. S is in zijn ontwikkeling ruim een jaar terug in de tijd geworpen. Het maakt ons moedeloos en we zien nog maar één oplossing: vanuit onze verantwoordelijkheid voor het welzijn en de ontwikkeling van ons kind, beroepen we ons op vrijstelling van de leerplichtwet.
Na een half jaar niks gehoord te hebben, maken we de balans op. Progressie op VO school in de afgelopen vijf schooljaren:
- Geen ontwikkelingsperspectiefplan;
- Overleg zonder agenda;
- Weinigzeggende notulen, niemand komt ergens op terug;
- Beperkte of geen toegang tot leermiddelen en faciliteiten;
- Geen passend onderwijs en geen zicht op passend onderwijs vanuit school of samenwerkingsverband;
- Geen ondersteuning op ontwikkelen, onderwijs of leren vanuit school;
- Slechte gesprekken waar S bij is: over (i.p.v. met hem) praten waar hij bij is;
- S en ouders voelen zich niet serieus genomen door de andere gesprekspartners, adviezen van bij S betrokken zorgprofessionals worden structureel genegeerd door school;
- Herhaling van niet helpende zetten met wisselende betrokken vertegenwoordigers vanuit de gesprekspartners (met name vanuit school);
- School, samenwerkingsverband en leerplicht zoeken de oplossing in trajecten voor jongeren met gedragsproblemen, diagnoses en problemen thuis, die er niet zijn bij S. Het echte probleem – ontbreken van passend onderwijs – wordt niet aangepakt: compacten of versnellen en verrijken van de leerstof, contact met ontwikkelingsgelijken, onderwijstijdverkorting en deels thuis (autodidactisch) leren, daar valt niet eens over te praten.
We vragen zelf weer om een groot overleg, nu om ons besluit om voor vrijstelling te gaan, toe te lichten. Nog een half jaar verder is er eindelijk het overleg (een jaar na het vorige destructieve overleg, met nu wéér andere betrokkenen). Excuses van school voor wat er mis is gegaan (beetje erkenning, maar je koopt er verder niks voor). Leermiddelen worden toegankelijk gemaakt, want het kan toch wel (maar we hebben er niks meer aan), S heeft vorige keer heel duidelijk begrepen dat het allemaal niet voor hem is en bij dit overleg was hij niet bij – school maakt alleen contact met hem via eerder afgesloten digitale kanalen– hij is nu 15 jaar en i.p.v. in 5 vwo zit hij al 7 schooljaren ziek-door-school thuis; grote broer heeft inmiddels glansrijk zijn vwo-diploma gehaald, voor hem golden alle TOM-voorzieningen wel. Dat is het verschil tussen nog net wel een beetje gezien worden en je erdoor kunnen slaan en volledig over het hoofd gezien worden.
Conclusie: we gaan een kennisgeving van beroep op vrijstelling indienen. Als men ons nog wil helpen, dan is het door ons te steunen in het maken van deze stap. Maar school, samenwerkingsverband en leerplicht ambtenaar zijn tegen vrijstelling, hoewel ze al jaren niks te bieden hebben en er ook al meer dan een jaar geen enkel perspectief of zelfs maar contact is geweest. Jeugdarts heeft met samenwerkingsverband gesproken en lijkt aanvankelijk op hun hand. Maar S en moeder vertellen een heel ander verhaal dan het samenwerkingsverband. Uiteindelijk steunt de arts toch onze vrijstellingsaanvraag. Met 15 jaar, na 11 jaar schoolellende waarvan 7 schooljaren voornamelijk thuiszitten en thuisonderwijs, is er eindelijk vrijstelling. S heeft zich volgens de pedagoog goed ontwikkeld ondanks alles. Alles, zorg, ontwikkeling, onderwijs en de kosten daarvoor, blijft bij de ouders terechtkomen. Een schooldiploma zit er (voorlopig?) niet in. Onzekerheid bij S blijft: waar past hij, wat kan hij, hoe kan hij zich verder ontwikkelen en zijn plekje in de maatschappij vinden? We zoeken dapper verder naar nieuwe en vooral andere mogelijkheden.
